Mijn moeder krijgt een robot

Staatssecretaris Martin van Rijn kwam er afgelopen week slecht van af. Zijn vader van 81 schreef in het Algemeen Dagblad hoe slecht het gaat in het verzorgingshuis van zijn vrouw. De bejaarden zitten soms uren alleen, er is geen controle op de inname van medicijnen en ondergoed wordt soms zes weken lang niet vervangen. De staatssecretaris had een jaar daarvoor nog aangegeven dat de zorg betaalbaar moet worden gehouden door hun kinderen te laten helpen bij de verzorging. Ook van Rijn geeft aan dat we de zorgvraag op een andere manier moeten begeleiden. In de toekomst is er gelukkig een manier om EN zorg te verbeteren EN de kosten laag te houden: de zorgrobot.

De kwaliteit van zorg zal in de toekomst steeds relevanter worden: binnenkort zullen er per gepensioneerde slechts twee werkenden zijn. Het zal niemand verbazen dat een zorgrobot een goede manier kan zijn om de vraag naar menselijke kracht op te vangen. Wel is er in Nederland veel discussie over of robots de kwaliteit van de zorg wel kunnen waarborgen. In deze column zal ik een paar voorbeelden geven van de manier waarop robots de kwaliteit van de zorg juist zullen vergroten.

Romeo

De robot Romeo moet binnenkort ouderen die zelfstandig willen blijven wonen gaan ondersteunen.

Een robot die constant aandacht voor je heeft zorgt natuurlijk voor een betere zorg. Je robot kan sneller reageren op problemen zoals vallen, een hartaanval, of een gevallen voorwerp. Het geduld wat een robot kan nemen voor een oudere is vele malen groter dan het geduld van menselijke verzorgers. Een bijkomend voordeel is dat een individuele robot geen jarenlange specifieke training nodig heeft voor hij ingezet kan worden in de zorg.

Mensen willen steeds langer onafhankelijk blijven wonen. Staatssecretaris van Rijn springt hierop in door vier miljoen beschikbaar te stellen voor zorginstelligen die beter samenwerken met mantelzorgers en vrijwilligers. Zorgrobots kunnen echter een veel grotere bijdrage leveren aan de onafhankelijkheid van ouderen. In plaats van te moeten wachten op de thuiszorg om jezelf aan te kleden, te eten en je huis schoon te maken krijg je hiervoor assistentie van je persoonlijke hulpje. Een bijkomend voordeel is dat voor mensen ongemakkelijke situaties minder voorkomen: begeleid douchen is voor niemand leuk. Robots leveren dus ook een bijdrage aan het gevoel van privacy in je eigen huis.

Het niet nodig om de verzorgers in de bejaardentehuizen te ontslaan: de robot zal slechts het zorgaanbod verbeteren en niet vervangen. Een praktische toepassing is de robot “Zora”, in een Nederlands bejaardentehuis doet ze de dansjes die de bejaarden na moeten doen. De begeleidster die vroeger de dansjes voordeed heeft nu tijd om rond te lopen tussen de bejaarden en persoonlijk feedback te geven. Door de saaie makkelijke taken weg te nemen bij de verzorgers ontstaat er de mogelijkheid voor hen om zich meer te focussen op de levenskwaliteit van de ouderen.

Ook kinderen moeten al in aanraking komen met robots, op deze manier leren ze wat robots kunnen. Ook leren ze wat robots juist niet kunnen doen.

Tegen mijn ouders heb ik al gezegd dat ze later een robot krijgen, en dat dit ten goede komt van hun levenskwaliteit. Ook in Japan zetten ze veel in op het ontwikkelen van zorgrobots. Nederland blijft helaas ver achter in de maatschappelijke acceptatie van de robot. De overheid zou moeten zorgen dat jong en oud zo snel mogelijk in aanraking komen met zorgrobots. Iedereen voor zichzelf gaan nadenken wat een robot voor hen kan betekenen wanneer ze oud zijn.

Dit bericht is geplaatst in Opinie. Bookmark de permalink.

Een reactie op Mijn moeder krijgt een robot

  1. Pingback: #Onderwijs2032: een toekomst voorbereid op Kunstmatige Intelligentie | Andere Intelligentie

Geef een reactie